Boeksignalering/boekrecensie

Jacob Slavenburg. Het graf van Jezus . Het mysterie van de tombe van Jezus, Maria Magdalena en Judas, Walburg Pers, Zutphen, 2007, ISBN 978.90.5730.514.6

Jacob Slavenburg - een aanhanger van het gnostisch christendom - heeft in tamelijk brede kring bekendheid verworven met zijn vele boeken over gnostisch en esoterisch christendom. Zo is hij mede uitgever van een Nederlandse vertaling van alle bij Nag Hammadi gevonden papyri met gnostische geschriften zoals het bekende Thomas-evangelie, waarin waarschijnlijk echte uitspraken van Jezus staan, die niet in de bijbel zijn opgenomen.

Heel grof gezegd wijzen gnostici een verlossing van de mens van buiten- of van bovenaf - i.c. door de kruisdood en verrijzenis van Jezus Christus - af; de verlossing kan de mens zelf bewerken door Christus in zichzelf te laten opstaan. "Als hij bereid is de weg te gaan die Jezus aanwijst in zijn leringen, staat daarbij een ding centraal: "Ken uzelf." De weg van zelfkennis is de enige weg om te komen tot Godskennis."
In een aantal van zijn geschriften keert Slavenburg zich dan ook uitdrukkelijk tegen de traditionele kerkelijke leer over de verlossing en de Christologie zoals die in de lijn van het Nieuwe Testament door de kerkvaders en de grote concilies van de eerste eeuwen zijn verwoord. Eén van die boeken draagt dan ook de titel "Valsheid in Geschrifte" waarin de schrijvers van het Nieuwe Testament wordt aangewreven dat ze de leer van Jezus hebben verdraaid. Voor Slavenburg is de lichamelijke opstanding van Jezus uit de dood onaanvaardbaar. Voor hem is er alleen een geestelijke, een spirituele opstanding. "Bij de kruisdood van Jezus van Nazareth, stierf de mens, maar niet "zijn" kracht, de Logos (of: Christus-kracht); die werd werkzaam in zijn volgelingen."

De vondst in 1980 van een graftombe in Jeruzalem met beenderenkistjes uit de eerste eeuw van onze jaartelling gaf hem aanleiding tot het schrijven van een nieuw boek "Het graf van Jezus" met als ondertitel Het mysterie van de tombe van Jezus, Maria Magdalena en Judas. In het gevonden graf bevonden zich tien beenderenkistjes met inscripties. Na aanvankelijk niet in de belangstelling te zijn gekomen kreeg het door een BBC-programma in 1996 aandacht omdat men daarin wees op de namen die op enkele kistjes voorkomen: "Jezus zoon van Jozef", "Maria", Mariamme de lerares" en "Judas zoon van Jezus". In 2007 zond Discovery Channel een documentaire uit over de vondst, die ook in ons land in een aantal kranten en in een tv-uitzending enige aandacht kreeg. De suggestie was dat in dit o.a. graf Jezus, zijn geliefde Maria Magdalena, zijn moeder Maria en zijn zoon Judas zouden zijn bijgezet. De algemene reactie uit de wereld van theologie en archeologie was dat deze namen weinig zeggen, omdat ze in de tijd van Jezus zeer gebruikelijk waren (zeg maar zoals Jan en Piet). Slavenburg is echter van mening dat diegenen die deze opvatting huldigen niet anders konden. Ze zouden er niet aan willen dat Jezus niet uit de dood is opgestaan, getrouwd zou zijn geweest en een kind had.

Slavenburg probeert nu te bewijzen dat het graf van Jezus en zijn familie is wel gevonden. Hij doet dat door het hele verhaal van de vondst na te vertalen en door dit met citaten uit gnostische en geestverwante geschriften uit vroeger en later tijd (ook de bekende Da Vinci Code van Dan Brown en 20e eeuwse boeken over een veronderstelde Jezus-dynastie die in Frankrijk zou hebben geregeerd worden uit de kast gehaald) en met zijn interpretaties van oude christelijke schrijvers toe te lichten.

Uitgebreid gaat Slavenburg ook in op de persoon van Maria Magdalena. Terecht wijst hij erop dat zij niet gelijk is aan de "zondares" (de hoer, cf. Luc. 7, 38), waarmee zij vele eeuwen werd gelijkgesteld. Hij komt via een gezochte constructie tot de gedachte dat Maria de zuster van Martha en Lazarus dezelfde is als Maria Magdalena! Slavenburg komt steeds weer tot de door hem in een al eerder gepubliceerd boek getrokken conclusie dat zij met Jezus was getrouwd. (Gelukkig heeft Maria Magdalena in onze tijd - mede onder invloed van goede exegese en feministische theologie - in de "traditionele" kerken eerherstel gekregen. In de Oud-Katholieke Kerk wordt zij vereerd als de "apostelgelijke", de vrouw die als eerste de verrijzenis van Christus mocht verkondigen.)

Het boek is bepaald rommelig van opzet. Interessante dingen en gedachten en weetjes worden door hem zeker wel genoemd; zo geeft voor geïnteresseerden in het Jodendom ten tijde van Jezus en in het bijzonder het Joodse christendom het laatste korte hoofdstukje een samenvatting.
Maar juist deze vorm van presentatie - met soms geheel onnodige uitwijdingen over interessante, maar niet relevante zaken - had bij mij tot gevolg dat ik het gevoel kreeg dat Slavenburg het allemaal vooral zelf graag zo zou willen zien.

Wat op mij bepaald storend werkte was dat al lezend het gevoel sterker werd dat Slavenburg een "kruistocht" tegen de "latere kerkleer" lees het traditionele christendom voert. Het christendom moet "bevrijd van latere leerstellingen en dogma's." Vooral de rooms-katholieke kerk mag daarbij niet op veel liefde van Slavenbrug rekenen. Hij constateert op pag. 20 dat een eventueel huwelijk van Jezus voor haar "een onverdraaglijke gedachte is". Zijn verdere beschouwing hierover in extenso weer te geven zou te ver voeren voor deze korte recensie. Ik was echter wel erg verbaasd dat Slavenbrug daarin beweert dat het dogma van de Onbevlekte ontvangenis van Maria van 1854 (overigens door de Oud-Katholieke Kerk afgewezen) zou betekenen dat er bij de ontvangenis (conceptie) van Maria geen man betrokken zou zijn geweest. In de publieke opinie wordt maar al te vaak gedacht dat het in dit dogma om de maagdelijke geboorte van Jezus zou gaan. Maar dat Slavenburg dit rooms-katholieke dogma - dat wil zeggen dat God op voorhand omwille van de verdiensten van Jezus Maria van de erfzonde zou hebben bevrijd - "biologisch" wil interpreteren is toch wel een nieuwe leer, wat je van iemand met zijn belezenheid toch niet zou mogen verwachten. Maar hij kan dit foute argument dan gebruiken om de negatieve houding van het christendom ten opzichte van seksualiteit (waar zeker veel negatiefs over te zeggen is) aan de kaak te stellen.

Lezers die zich willen verdiepen in de vraag naar het (theologische) hoe en wat van de opstanding van Christus en naar de christelijke houding ten opzichte van huwelijk is dit boek m.i. geen hulp.

Wietse van der Velde
april 2009





 

Website van de Oud-Katholieke Kerk van Nederland | Bisschoppelijk bureau: Kon. Wilhelminalaan 3, 3818 HN Amersfoort | Tel. 033 - 462 08 75